Uit: Gedichten van Nico Teekens


vorig gedicht | volgend gedicht | op jaar publicatie | op alfabet | intro
    

Schuldbesef

begonnen als Neanderthaler
opgekomen uit de mist
van een lang vervlogen tijd
komt hij langzaam dichterbij
balancerend op de rand
van instinct en verstand

door overleven gedreven
trekken over de steppen
dolen over de aarde
in holen gescholen
tot de donder bedaarde

zolang hij alleen maar ziet
vreest hij niet
voor niets en niemand bang
maar het duurt niet lang
dan gaan zijn ogen open
de chaos krijgt structuur
hij telt de dagen en het uur
benoemt de appels en de bramen
en geeft aan alle dieren namen
zijn zien gaat over in beschouwen
en om zijn doden gaat hij rouwen
niet alles verloopt naar wens

met de ontdekking van zijn eigen staat
wordt hij bewust van goed en kwaad
en alsof hij door de duivel is gekust
volgen snel jaloezie en angst en haat
een plotselinge revolutie
in een onvermijdelijke evolutie

zie de mens
verdreven uit de Hof van Eden
afgesneden van zijn verleden
hij ziet zijn wereld wreed verstoord
wordt bedreigd door de eigen soort
is balling in eigen land
en wordt door wanhoop overmand
bloed en zweet en tranen
stromen over zijn gezicht
zijn ogen gaan er weer van dicht

en dan
alsof hij wordt aangeraakt door God
verandert opnieuw zijn lot
al heeft hij het nog zo benauwd
zijn ogen gaan weer open
hij staat weer op en gaat weer lopen
hij ziet weer en beschouwt
met nieuwe ogen
met tranen nog gevuld
vraagt hij om vergeving
aan iedereen in zijn omgeving
voor al het leed hen aangedaan
en zie hem nu staan
de nieuwe mens
vol besef van schuld
een nieuwe revolutie
een nieuwe stap in de evolutie

© nicote


vorig gedicht | volgend gedicht | op jaar publicatie | op alfabet | intro