vorig gedicht | volgend gedicht | op jaar publicatie | op alfabet | intro


De val


Adam en Eva
ongerept zijn zij als een pas geboren kind
zij baden elke dag in de bron van het leven
het leven zelf dat hen onderwijst
als zij vallen en als zij opstaan

de liefde woont in hun hart
de liefde die onvoorwaardelijk is
kijkt zonder onderscheid
luistert zonder oordeel
zij alleen gaat over goed en kwaad

elke dag is nieuw totdat

in het holst van de nacht
beseft de filosoof de almacht van de liefde
en wil die veiligstellen voor nu en later
vandaag moet het zijn als gister
en morgen als vandaag

de onwetende denker theoloog in spe
gevat als hij is bouwt een tempel
waar de liefde wordt verbeeld
werft en onderwijst er zijn volgelingen
hij schrijft verhalen, maakt wetten
en straft overtreders en iedereen die hem betwist

Adam en Eva luisteren niet meer naar zichzelf
de stem die gaat over goed en kwaad
zoeken zij nu buiten de deur
daar waar de theoloog de leiding heeft

nadat zij hun geweten hebben uitbesteed
wacht hen de mentale dood

de liefde leeft voort
als vluchtelinge
in ballingschap

zonde


vorig gedicht | volgend gedicht | op jaar publicatie | op alfabet | intro